99-BL-09 (1974) -NL-

Kenteken: 99-BL-09
Bouwjaar: 1974
Chassis nr.: 11680

Fiat 130 Berlina

Fiat 130 Berlina

In eerste instantie vroeg de oorspronkelijke eigenaar Daniël de V. aan Paul van Beukering of we de auto vanaf een vakantiehuis in het (Zuid)-Franse Mougins naar Nederland wilden transporteren. Daar hadden Paul en zijn vrienden Gerard Weerd, Peter van Wijk en Lex van der Laan wel oren naar. De beige 130 Berlina 3200 stond al een tijdje stil, dus planden de heren drie dagen in om de auto na te lopen en weer rijdend te maken. Bij aankomst in Mougins, zowaar geen straf, bleek alleen de accu overleden te zijn en de rest van de auto verkeerde in uitstekende staat. Na het monteren van een verse batterij en een testritje door de heuvels van Mougins resteerden ruim tweeënhalve dag uitrusten aan het zwembad.

Fiat 130 Berlina 99-BL-09

De terugreis naar Nederland verliep vervolgens bijzonder voorspoedig. In Nederland werd de auto soepel APK-gekeurd en Daniël -zelf al in het bezit van een bijzonder fraaie donkerblauwe 130 Berlina- besloot de auto over te doen aan Paul.

Fiat 130 Berlina

Dat kwam goed uit! Later dat jaar (1997) stond een Internationale Fiat 130-meeting in Turijn op de agenda. Er reisde een behoorlijke Nederlandse delegatie af naar Torino. Paul nam de inmiddels al tot ‘dikke BL’ omgedoopte beige Berlina mee, met als bijrijder goede vriend Guido Kroos. Dit resulteerde in een fantastische trip waarbij een bezoek aan het dak van de oude Fiat fabriek (Lingotto) een van de hoogte punten was. Ook een race op een uitgezet parcours voor de Fiat-fabriek was zéér de moeite waard. Natuurlijk is het erg leuk om die grote en zware Fiat’s te zien manoeuvreren en slalommen. Maar het lukte Guido zelfs om met deze op papier langzaamste 130 3200-variant de snelste tijd te klokken. Zie bijgaand beeldmateriaal. Ook tijdens de terugreis naar Nederland toonde de ‘dikke BL’ zich een comfortabele en betrouwbare reisgezel.

Fiat 130 Berlina 99-BL-09
Fiat 130 Berlina 99-BL-09
Fiat 130 Berlina
Fiat 130 Berlina

Fiat 130 Berlina
Fiat 130 Berlina 99-BL-09
Later dat jaar deed Paul de Berlina Automaat over aan een naamgenoot: Paul Ruys. Die deed ‘m weer later over aan Oscar en de auto werd nog met enige regelmaat door autoliefhebbers in het Amsterdamse gespot.
Van Oscar ontvingen we onderstaande Golden Memories over de periode dat hij de BL reed:

Ach ja, Golden Memories … Nadat ik van Paul een aantal maanden z’n cremekleurige 130 sedan Automatic mocht lenen als ik zorgde dat de auto weer rijdbaar werd en APK gekeurd, raakte ik toch redelijk in de ban van die ‘Reuzen Lada’ uit Turijn.
De Alfa Romeo Berlina 2000 had inmiddels zo’n 5 jaar dienst gedaan als klassieker voor alle dag, maar voor 4 kinderen plus bagage en kinderwagens + uitklapbedjes schoot de kofferbak van de Alfa toch echt te kort, nog even afgezien van die dwars boven de achteras geplaatste 48 liter LPG bom.
De 130 van Paul bezat naast een kofferbak als een olifant ook nog eens pluche stoelen als in de suite van Hotel Excelsior, een technisch gezien uiterst vernuftige en vooral weergaloos luxe wielophanging en wegligging, een zijdezacht juweel van een onder 60 graden opererende 3,2 liter V6, plus de luxe van een automatische Borg Warner transmissie die schakelde als roomboter.
Het uitlaatgeluid deed eerder denken aan een serieuze sportauto dan aan een dikke zoevende sedan uit het hoogste segment. Vooral als je de V6 een beetje doortrok richting de 4000 tpm werd het motorgeluid echt een feest.
Echt snel was de sedan niet, maar dat had ook met de automaat te maken uiteraard, een lazy piece of massive iron uit Detroit. Al met al een machtig appraat, die 130 V6 sedan.

De beige 130 werd toen mijn Berlina weer klaar was ingeleverd bij Paul en ik begon de auto al na 2 weken te missen.
Dat enorme comfort, het geluid, die waanzinnig luxe wegligging en dat reusachtige formaat. Ik was er verwend door geraakt …
Na ongeveer een jaar besloot ik eens serieus op zoek te gaan naar een hele mooie en roestvrije 130 sedan.
Het leek mij de perfecte opvolger van de Alfa, omdat we daar met twee dwergen plus meuk niet meer mee op vakantie konden. Er kon gewoon veel te weinig achterin.
De 130 leek dus een interessante optie, mede omdat ze nog niet zo duur waren in 2000 en je ze ook bijna niet zag.
Ik was nog helemaal niet klaar voor een Mercedes, hooguit voor een Iso Rivolta, maar die was toch wel erg duur vond ik. En niet zo praktisch vooral. Moest altijd binnenstaan, had gierende zijruitjes, etc. Geen echte gezinsbak.
De 130 was een stuk moderner dan de Alfa en de Iso en ik besloot er een te kopen rond de zomer van 2000.
Na enig speurwerk wist Alex von Moser en twee te vinden in Italie, want ik wilde per se een roestvrije Italiaan met weinig kilometers.
Een was een donkerblauwe automaat, maar die had al ruim 10 jaar stilgestaan. De ander was ook donker blauw, was af en toe nog bereden en had de optioneel verkrijgbare ZF 5-bak, de onverwoestbare dogleg ZF bak zoals in die tijd ook vaak in Maserati’s werd gebruikt (ging nooit stuk, maar schakelde nogal vrachtauto achtig).
De auto arriveerde ergens in oktober weet ik nog, waarna we moesten wachten op de RDW + kenteken bureaucratie.
Intussen heb ik de dorpels ge-WaxOyld en er tal van kleine dingetjes aan gedaan.
De auto was nog bijna als nieuw, met een vrijwel puntgaaf lichtgrijs stoffen interieur.
Tot mijn verbazing zat er ook een werkende airco in, ondanks het bouwjaar 1973.
Ik liet er LPG inbouwen en binnen een half jaar waren alle kinderziektes er wel zo’n beetje uit.

De 130 ontpopte zich tot een soort wolf in schaapskleren, hoewel op papier 165 pk bij ruim 1600 kilo natuurlijk niet eens zo spectaculair was.
Er zat echter inmiddels een electronische ontsteking op van een Ford Granada (sorry jongens, ik weet het … maar hij deed het) en in combinatie met de ZF 5 bak was het voor je gevoel echt een verdomt snelle auto.
Als je de motor lekker doortrok tot 6000 tpm en lekker gas hield zat je in no time op de 160.
Dat voelde ook als een hele relaxte kruissnelheid, die 160. Eigenlijk begon de auto pas echt mooi te zoeven bij 140, daaronder klonk alles een beetje rauw eigenlijk. Een echte snelweg koning derhalve.
Tijdens de vakanties door Frankrijk en Italie ontdekte ik dat je de halve dag ‘indien nodig’ ook 180 continue kon rijden, daarboven werd het wel wat erg lawaaiig.
Een keer heb ik de 205 aangetikt, nabij Lion. En hij kon nog harder voor m’n gevoel.
Maar dat zag iemand anders niet zitten destijds, met onze 2 verse dwergen achterin …

En gelijk had ze. Maar die auto was echt legendarisch, achteraf bekeken.
We hebben het er nog regelmatig over, want onze beide Mercedessen van daarna hebben nooit dat gevoel of niveau van luxe gehaald, laat staan de hoge kruissnelheden van de 130.
Met een Mercedes moet je niet veel harder rijden dan 140 a 150, daarna wordt het een grote toestand, vibraties, windgeruis, lawaai van het onderstel en de aandrijving, etc.
Vrachtauto’s zijn het.

Als ik geen 400 GT had zou ik zo weer een 130 sedan of coupe kopen denk ik.

Die auto was in mijn ogen echt het absolute summum in de jaren 70.
Een zwaar onderschatte auto.